BTW verhoging ligplaatsen

Voorheen was het bepalend voor verhuur van ligplaatsen door een watersportvereniging, of deze personeel in dienst had. De verhuur van ligplaatsen was dan belast met btw. Zonder personeel was de vereniging vrijgesteld voor de heffing van BTW.

De BTW verhoging die 1 januari 2017 is ingegaan betreft de verhuur van ligplaatsen voor recreatie motorboten belast is met 21 procent btw.

Het bleek dat de oude regeling niet in overeenstemming was met de Europese richtlijnen. Hierdoor is de regeling aangepast.




De richtlijn bepaald dat een vrijstelling van BTW alleen mag als de concurrentie door commerciële ondernemingen niet wordt verstoort. De Nederlandse vrijstelling strekt zich ook uit tot de verhuur van ligplaatsen voor boten voor recreatief gebruik. Daardoor vallen ligplaatsen voor motorbootjes voor pleziertochtjes er ook onder. Deze motorbootjes kun je niet definieren als nauw samenhangen met de beoefening van sport. Dat de verenigingen geen personeel in dienst mogen hebben voor de BTW vrijstelling is ook niet in de regeling terug te vinden.

Mensen met een motorboot die hun boot bij een sportvereniging hebben liggen en waarvan de vereniging geen personeel heeft worden dus geconfronteerd met een BTW verhoging van 0 naar 21 procent.

Ligplaatsen die verhuurd worden voor de sport, denk hierbij aan zeilboten, roeiboten en kano’s, blijven btw-vrijgesteld.